Koortsig
16 juni 2012
Love it or hate it. I love it. De oranjekoorts, zoals die genoemd wordt. Ik vind dat een topwoord dat de lading dekt. Want het verschijnsel is meer dan alleen een kleur. Die kleur staat slechts symbool voor dat lekkere gevoel in je lijf.
Loop vier straten door en je hebt 800 oranje vlaggetjes gezien (nee, niet aan mijn huis) en zelfs een paar wapperende roodwitblauw-vlaggen. Ok, dat mag officieel niet, maar er mag wel meer niet. Ik geniet van de uitbundigheid van sommige mensen. Van knaloranje T-shirts om fikse bierbuiken. Van vlaggetjes aan auto's. Van oranje snoep. Van oranje emotie.

Ik hou van de oranjekoorts. Ik hou van de saamhorigheid die erbij hoort. Ik voel me net zo'n katholiek die alleen met kerst naar de kerk gaat en zich dan vroom voelt voor de rest van het jaar, want ik kijk alleen voetbal met EK's en WK's. Dat is supernep natuurlijk. Maar met oehs en ahs, met een verwilderd "Was dat geen buitenspel? Ja toch?", met applaus voor een mooie pass en soms zelfs met gespring voor de tv, als NL speelt. Oranje emotie ja.

Laten we de feiten onder ogen zien, mensen. Maandag is die hele koorts weer gezakt. Dan worden de vlaggetjes weer ingehaald, en misschien hier en daar zelfs jankend in zwijgende kliko's gepropt.
De orde van de dag. Kleurloos.
Zestien
13 juni 2012
Toen ik zestien werd was dat een beladen dag. Een mijlpaal natuurlijk. Het is niet zomaar elke leeftijd. Het is wel even Zestien. Maar er lag ook iemand in huis te sterven. Die twee dingen samen zorgden ervoor dat mijn zestiende verjaardag een beladen dag werd en bleef. Ik was net zestien toen ze stierf immers. Dat werd me daarna ook nog vaak gevraagd. "Hoe oud was je toen?" "Net zestien geworden."

Vandaag is er iemand anders zestien jaar geworden. Iemand die ook een beetje mij is. Toch een beladen dag. Niet voor haar. Voor mij.

"Ongelooflijk, een dochter van zestien," heb ik de afgelopen dagen al zo vaak verzucht dat mijn gezin er inmiddels om gnuift.
Ze zei vanmorgen: "Volgens mij betekent het voor jou nog meer dan voor mij."
Wie weet. Sommige lading verlies je nooit. Sommige dingen moeten echt ingehaald worden door de tijd. Mijn dochter is zestien, en ik kan haar omhelzen zo vaak ik wil. Ik kan slingers ophangen, voor haar zingen en op haar proosten. Dat is intens mooi.
Titel
12 juni 2012
Ik las een Frans boek en kwam gisteren deze zin tegen: "Pour moi les auteurs sont des gens pas pareils que nous... intouchables, tu vois..." Uitgesproken door de mannelijke hoofdpersoon tegen zijn minnares en grote liefde, schrijfster en historica. (Joh.) Zout op mijn huid.

Ik moest erom grinniken omdat ik ook net de film Intouchables gezien heb, en realiseerde me pas later de bijzondere onderstroom in die zin. Auteurs. Intouchables. "Aangeraakt". Het contrast. De overeenkomst. Waar zit ik?

Hoe (in-)touchable ben ik zelf?
Ik weet het niet altijd.

Ik krijg nog zeer regelmatig de vraag: "Hoe autobiografisch is je boek?" Waarmee men eigenlijk gretig bedoelt: vertel, is dit jouw seksleven? Zijn dit jouw 'onontkoombare keuzes'?
Ik antwoord altijd braaf: "Ik ben niet Ezra."

Maar er is weinig ontkoombaars aan de titel. Aangeraakt. Die titel is het hoofdthema van mijn leven. Met punt, uitroepteken, vraagteken of aanhalingstekens. Daar golft dan weer de dynamiek.
Snorkel
8 juni 2012
Twee levens leiden we eigenlijk. Het gedeelte dat doet. En het gedeelte dat is. Het gedeelte boven water, voor iedereen waarneembaar, en het gedeelte onder water.
Het gedeelte boven water is aan te sturen, en afhankelijk van de ervaringen die je opdoet. Wat voor werk doe je? Wat eet je vanavond? Welke kleren heb je aan? Hou je van Alaska of Spanje? Waar praat je over? Hoe reageer je? Wiskunde of talen?

Het gedeelte onder water is alleen van jou. Wat houdt je bezig. Waar ligt je focus. Helder of troebel. Mag iemand met een snorkel komen kijken, of gooi je dan de sluis dicht? Of juist open? Zou je willen dat iemand erin komt zwemmen? Af en toe een scheut chloor erin, of met een schepnet de blaadjes eruit vissen? Stilstaand of stromend? Of kolkend?

"Jij leidt een heel leven onder de oppervlakte," kreeg ik deze week te horen.
Dat is waar. Daar zit mijn kern. Daar drijf ik. Daar drijf ik op.
Jan
14 mei 2012
"Goh, mijn auto klinkt een beetje vreemd," dacht ik nog toen ik wegreed. Maar dat kon aan mij liggen, tenslotte. Ik lijd wel vaker aan fantoomdingen. En even later was het geluid weg, zodat ik kalmpjes doortrok naar 120 km/u en midden in de nacht over de A1 zoefde.
Donker. Vredig. Zoemend.

Zwieberend. Hortend. Remmend.
Op de vluchtstrook stapte ik uit en keek. Wijs knikkend. Dat dacht ik al ja. Een lekke achterband.
Ik wandelde naar de ANWB-paal twintig meter verderop. "Binnen drie kwartier zijn ze er," werd me beloofd. Ik dook de bloemen in de berm in en fronste op mijn dreigendst naar langsknipperende vrachtwagenbestuurders.
Toen, door God gezonden of door de paalmevrouw, verscheen daar binnen het kwartier Jan. Met vrolijke zwaailichten huppelde hij de vluchtstrook op, een hand die de mijne fijnkneep, een blijmoedig "goeiemorgen!" al was het nauwelijks kwart voor een en apparatuur waar ik u tegen zei.

"Mijnheer, u bent mijn redder in nood," zei ik vurig. You make my day, I'll make yours.
"Daar ben ik blij om," zei hij, en bracht mijn band nog even op spanning. Jan met de gouden bandjeshandjes.
We zwaaiden naar elkaar.
Cellen
29 april 2012
"Heb je hier weleens over nagedacht?" zei hij-die-de-dingen-graag-duidelijk-stelt. "Dat ik al twee keer dood ben geweest?"
We begrepen elkaar direct.
"Ik al zes keer," zuchtte ik. Reden tot hilariteit, want denkt u niet dat mijn gezin voorzichtig met me omspringt.

"Toch snap ik het niet," zei ik, kijkend naar mijn handen. "Als je cellen zich elke zeven jaar vernieuwen, hoe kan het dan dat pigmentvlekken zichtbaar blijven? Sporen van eczeem in je jeugd?"
"En waarom blijf je de dingen onthouden die je weet?" peinsde hij.

Zomaar een zondagochtend. In andere gezinnen doet men luchtige dingen. Wij maken er hier een sport van elkaar denkkramp te bezorgen.
Test
2 april 2012
O ja, krijgen we dat. Ik heb een nieuwe fascinatie: internet-persoonlijkheidstestjes. Ik weet inmiddels, volgens de tests, wat mijn rol is in een groep, waar ik het meest bang voor ben, wat me loopbaantechnisch gezien het best ligt (notaris! woehaha), mijn Big Five persoonlijkheidskenmerken (al ben ik ze al vergeten), om en nabij mijn IQ, welke partner het best bij mij past, en ik heb nog zo'n 70 tests te gaan.

Ik doe ze grinnikend natuurlijk, dat moge duidelijk zijn. Maar eigenlijk doe ik ze eveneens vanuit een soort brandende nieuwsgierigheid. Ik hoop op een inzicht. Flash. Iets waarvan ik achterover zak in mijn stoel. De spiegel. De 'verrek!'- Erlebnis.

Die notaris was er bijna een. Maar nog net niet goed genoeg.

Ik kan natuurlijk ook gewoon iets nuttigs gaan doen.
Verrek.
Yes
12 maart 2012
Het probleem is, dat als dingen goed gaan, een mens bang wordt. Ik dan.
Het lijkt wel of ik een calvinistische inslag heb, ondanks een zachte g en een brave katholieke opvoeding. Gaat het goed? Dan zal dat vast niet lang duren. Bereid je maar voor. Welke stap kun je zetten om ervoor te zorgen dat de pijn zo klein en kortdurend mogelijk gaat zijn? Waar kun je nu al op anticiperen?

Het is een stuk duidelijker en rustgevender om problemen te hebben. Dan kun je je tenminste gericht zorgen maken, en iedereen snapt waar het over gaat. Of je kunt zelfmedelijden hebben en nog begrijpen waarom ook. Helder.

Als het goed gaat raak je op je hoede. Hee, het gaat goed. Dat kan niet waar zijn. Heb je al die labiliteit wel gezien? Die addertjes onder het gras? De risico's en de kansen op? Weet je zeker dat je niets over het hoofd ziet? Ben je ingedekt? Hou je jezelf niet voor de gek? Anderen? Kun je wellicht alvast vluchten zodat te verwachten klappen jou niet weten te vinden? Ha! Je kunt ze mooi te slim af zijn, als je het slim speelt. Maar dan moet je wel opletten. Sta paraat.

Misschien is het geen onrust maar schaamte. Omdat je je eigenlijk fijn voelt waar anderen het moeilijk hebben. Voel je je meer een van de hunnen als je kunt zeggen: ach het gaat wel aardig met me, maar troost je, ik weet ook dat het gevaar op de loer ligt, naast dat kleine ongeluk in dat achteraf hoekje.

Mensch. Kind. Em. Durf te leven. Kleur die kleurplaat. Knalrood, felgeel, hemelsblauw en uitbundig. Jij wilde sprankelen? Doe het, snotverdikke!
David
27 februari 2012
Het zal zo'n drie jaar geleden zijn inmiddels. We leerden elkaar kennen via onze weblogs, omdat we allebei op het punt stonden te debuteren en we onzeker waren. Onzekerheid zoekt een troostende hand, en die vonden we bij elkaar. Hoe doe jij dit? Maar jij dan, wat vind jij hiervan?
We mailden heen en weer. We spraken af eens samen koffie te gaan drinken. Daar kwamen we op terug omdat ik kwaad werd omdat hij te lang wachtte met het bevestigen van een afspraak (een hele week namelijk), wat mijn eigen onzekerheid weer aanwakkerde en waarvoor hij ter goedmaking van dat vreselijke tekortschieten me een doos dure bonbons beloofde waar we nooit meer aan toe kwamen.

We mailden elkaar vol schroom een hoofdstuk van ons manuscript en gaven daarna voorzichtige feedback want we begrepen niet alles, de woorden zo uit de context getrokken.

Hij floreert en ik ben plaatsvervangend trots. Omdat hij een klein beetje aanvoelt als mijn brother in crime, al sms'en we elkaar misschien maar twee keer per jaar. Vandaag las ik dat zijn nieuwe boek genomineerd is voor de Gouden Uil. Gek genoeg voelde ik het ineens branden in mijn eigen keel.

Ik ben hem kwijtgeraakt, zoals dat soms gaat met mensen die je zelfs nooit ontmoette. We kennen elkaar eigenlijk niet meer al kenden we elkaar nooit echt. Maar de ontroering heeft de jaren overleefd. En de belofte aan die doos bonbons ook.
Op de dag dat hij de AKO Literatuurprijs wint ga ik hem die brengen.
Contrasten
26 februari 2012
Wat mij persoonlijk aantrekt in een boek, is de herkenning die het zou moeten oproepen, op een melodie waar ik van ga glimlachen. En dat mag dan best met een traan zijn of met ontzetting, of nog liever: met verwarring. Want dan doet het zijn werk.

Hetzelfde geldt voor een film.
Gisteren zag ik de film Vicky Cristina Barcelona. Drie vrouwen, drie portretten. Een man. Allemaal hun eigen dilemma.

Ik herkende allevier de karakters in mijzelf en allevier de dilemma's.

Het opene in het willen van wat onconventioneel is van Juan Antonio.
Het gemakkelijke en rustige van Cristina.
De wil en wens het juiste te doen, en niemand te beschadigen in keuzes, van Vicky.
En het temperament en de drang om dingen onder controle te houden, van Maria Elena.

Maria Elena, die boeide me het meest. Wat een vrouw. Zo zou ik willen zijn. Maar ik durf niet.
Gelukkig maar.

vorige
home
volgende