Boei
26 juni 2013
"Kan ik je helpen?" vroeg de kapster.
De jongeman knikte langzaam. "Ik kom vragen of jullie me kunnen redden. Mijn vriendin heeft me geknipt."

We durfden geen van allen heel hard te lachen.
"Dat moet je je vriendin toch ook niet laten doen?" zei ze bezorgd.

Ze spraken de tijd af waarop hij later die middag zou terugkomen en de deur viel weer achter hem dicht. Niemand schaterde, het is een keurige zaak. De gesprekken werden voortgezet alsof er niets gebeurd was.

Ik schuddebuikte onder mijn handdoek en zag in twee minuten een anderhalf uur durende film langs rollen.
"Laat mij het nou effe doen, zo'n kapper kos je klauwe met geld."
"Kun je het wel echt dan?"
'Tuurlijk, ik doe me oma ook altijd. Die hep nog nooit geklaagd."
"Scheer je het wel netjes op?"
"Sanik nou effe nie so, als je niet stilsit gaan het mis."
"Ah nee, kijk nou!"
"Ja tering, ik seg het je toch?"

Zomaar op straat. En tussen de afgeknipte haren onder een kappersstoel.
Rosa
18 juni 2013
Er heeft zich een wonder voltrokken in mijn tuin.
Zo'n veertien jaar geleden plantte ik in deze tuin twee rozenstruiken die ik had meegenomen uit mijn vorige tuin. Dat was zo afgesproken, geen vrees. De ene struik, een dieprode grootbloemige, deed en doet het redelijk; de andere, een geeloranje stamroosje, eigenlijk helemaal niet maar het kreng gaat ook niet dood.

Door een of andere wonderbaarlijke vermenigvuldiging heb ik nu ineens een struik vol zachtroze rozen tegen mijn garagemuur. Een totaal andere bloem, een andere kleur, een andere geur, een wonder van wonderheid.

Ik begrijp het niet en geniet.
Ben alleen zo benieuwd of dit een cadeau is van de Copyrighthouder der wonderbaarlijke vermenigvuldigingen, van het universum of van William S.
Helft
17 juni 2013
Volgende maand word ik vijfenveertig. Ik vind dat een getal dat altijd de helft van iets is. Zoals negenenveertig bij mij altijd de associatie oproept van 7 x 7. Mijn zeer-niet-wiskundig brein heeft zo zijn eigen foefjes. En kent eigen waarden toe, blijkbaar. Vijfenveertig is de helft, niet iets wat op zichzelf staat.

Niet dat ik van plan ben negentig te worden, overigens. Dat lijkt me niets. De moeder van een kennis van me is vierennegentig. Wanneer wij weleens bewonderend zeggen: "Wow, vierennegentig!' en liefst haar geheimen tot dat lange, mooie leven willen weten, slaat de dochter haar ogen ten hemel en zegt voorzichtig: 'Nou. Ik weet niet of het wel iets is wat je zou moeten willen.'
Er schuilt een wereld van zorg en pijn achter die verzuchting.

Negentigjarigen die marathons lopen bestaan ongetwijfeld. Er is ook een bejaarde man die fitnesswedstrijden wint, hij staat ergens op YouTube. Zeer troostende voorbeelden zijn dat. Maar ik houd niet van hardlopen en mijn spieren zijn van borduurgaren.
Ik denk dat ik een schalkse tachtigjarige ga worden, die met rode lippenstift op haar dunne lippen door het bejaardentehuis stiefelt, als dat dan nog bestaat, en de knappe kromme mannetjes bij het biljart aanmoedigt. Men moet weten waar zijn (haar) talenten liggen. Dan wil ik ook best negentig worden. Sterker nog, ik kijk er ineens naar uit. Top dat ik bijna op de helft ben.
Pensioen
9 januari 2013
Een mij onbekende man. Ruim zeventig. Spierwit haar. Drie plastic boodschappentassen tussen zijn voeten. We nipten van onze wijn en keuvelden.

'Ik ben met pensioen,' zei hij. 'En nu heb ik tijd voor allerlei leuke dingen. Geschiedenis. Kunstgeschiedenis. Alles. Literatuur ook.'
'Echt heel leuk,' zei ik.
'Mevrouw, moet u eens kijken. Ik wilde eigenlijk niets kopen, maar moet u eens kijken.'
Hij trok een groot, glanzend boek uit een van de plastic tassen. Architectuur door de eeuwen heen. Hij sloeg het open en wees me aan. 'Tienduizend jaar voor Christus. Vijfduizend jaar voor Christus. Ongelooflijk boeiend.'

Hij sloeg het dicht en wees met pretoogjes op de cover. 'En ziet u dit?'
'Twee euro vijftig,' las ik hardop.
'Bij De Slegte,' zei hij. 'Echt voor niets!'

We glimlachten naar elkaar. Hij blij met zijn boek. Ik gemotiveerd door zijn honger.
Emmer
17 december 2012
Op 21 december 2012 vergaat de wereld, zeiden de Maya's. En die konden het weten want waren oud en wijs en hadden lange haren en woonden ergens in een ver land waar de inzichten tot hen kwamen. Zonder Google en zonder Wikipedia.

Ik vind dat mooi, en tot de verbeelding sprekend. Ik hoop ergens een beetje dat ze gelijk hebben, dat zou ik zo tof vinden. Gewoon even voorspellen, en tjakka, ze hebben gelijk, zo blijkt eeuwen later. Mooi. Ontroert me. Zou ik voor applaudisseren. Staand.

Ik heb wel een beetje met mijn bucketlist zitten wapperen de afgelopen dagen. Want hoe moet het nu met dat lijstje met dingen die je gedaan of meegemaakt wilt hebben voor je doodgaat? Op mijn bucketlist staan alleen dingen die anderen voor me moeten doen, dus dat schiet voor nu niet op. Dat krijg ik nooit allemaal bij elkaar geslijmd in vier dagen tijd.

Ik geef toe, ik heb voor de zekerheid toch maar kerstkransjes in huis gehaald.
Maar ik ben er wel vast aan begonnen.
Tango
14 december 2012
Het is een van de belangrijkste en meest tere herinneringen aan mijn jeugd: mijn vader en moeder samen dansend in de enorme woonkamer. Het hoge plafond, de geur van een eeuw oude houten balken, de stemmen van mijn zusjes en broer op de achtergrond. En mijn vader en moeder dicht tegen elkaar aan. Hun gezichten.

Onze gevoelens waren ambivalent. Eigenlijk vonden we het stom, dat kleffe gedoe. Yuk. Doe dat maar ergens anders.
Maar jaloers waren we ook.
'Papa, mag ik nu? Op je voeten staan? Of op je schoenen? Met je dansen?'

Het mocht. Tenminste, ik herinner me dat ik regelmatig op zijn voeten mocht staan. Ik neem aan dat de herinnering klopt, want je weet het nooit werkelijk met herinneringen.
Maar eigenlijk zochten we niet de dans, dat weet ik nu. We zochten de koestering.
Er bestaan twee soorten dansen.
De dans om de dans.
En de dans om de nabijheid.
Eet
12 december 2012
Voedsel en voeding. Het verschil daartussen, de strijd daartussen soms zelfs. En voer, dat is er ook nog.

Zonder voedsel kunnen we niet. Gaan we dood. Nog geen weken houden we het vol, zonder voedsel gaan we onszelf opeten tot er niets van ons overblijft. Botten, ja.
Zonder voeding gaan we niet dood. We leven het leven. Misschien gaan onze hersens een beetje dood, maar zelfs dat overleven we. Onze ziel vegeteert wellicht, maar we ademen en eten en doen. We blijven lachen. Botten met vlees, en daarop gedijt een mens prima.

En toch heb ik de voeding levens-nodig. U ook denk ik, maar wellicht weer andere dan ik. Food for thought. Laat me denken. Voelen. Laat me jezelf en mezelf zien. Voed me.
Hongerig naar jou en mij.

Voer voor psychologen.
Reis
10 december 2012
Het probleem met een iPhone is dat je denkt dat je de wereld snapt. Tegenwoordig ga ik steeds vaker op stap zonder doorwrochte voorbereiding. Gelooft u me, dat betekent wat.

Vandaag moest ik in Utrecht zijn. Ik kwam tot in het centrum. Toen ontstond de voorziene leegte. Maar daar was... de iPhone! Ik opende geroutineerd 'Kaarten' en toetste het adres in. Er verscheen een blauw balletje, dat was ik.

Ik zette een paar stappen. Het balletje bewoog. Nog een paar stappen. Het balletje wiebelde. Maar bewoog ik nu naar mijn doel toe of er vanaf?

Ik hield de iPhone op z'n zijkant.
Ondersteboven.
Ik liep een paar stappen de andere kant op.
Ik bleef staan.
Ik keek om me heen.
Ah, een man. 'Mijnheer, kunt u mij helpen?'
'Volgende pleintje, mevrouw. Twee keer rechts.'
'Dat ga ik vinden!'

Ik stopte de iPhone weg en wandelde naar de plaats van bestemming.
Op weg naar huis gebruikte ik de TomTom.
Reed twee maal verkeerd.
Drie
7 december 2012
Bijna een half jaar heb ik niet geblogd. Dat zegt iets. Niet dat ik niets meemaakte. Niet dat ik niet aan u dacht. Het zegt vooral dat ik niet schreef.

Mijn tweede manuscript deed het 'm. Er gebeurden dingen mee, in en omheen die me deden blokkeren. Dat lag aan mij, aan anderen, aan omstandigheden. Mijn uitgeverij verdween. Mijn nieuwe uitgeverij wist niet zo goed raad met me, denk ik. Ik deed wat ik meestal doe als ik er niet uit kom: ik trok me terug onder een boom en likte mijn poot. Ik schreef een einde aan het manuscript, stopte het in een la, en daar wachtte het. Op iets of op iemand. Misschien op mij? En ondertussen deed ik van alles, behalve schrijven.

Ballonnetjes die ik opliet dreven weg en ik liet ze gaan. 'Ik probeer het toch,' kon ik dan zeggen en dat was ook zo. Maar het miste bezieling. Ik voelde me geen schrijver meer, ontdekte ik. Dat was een moeilijke.
Het duurde maanden voor ik besefte dat ik een denkfout maak. Een schrijver is geen schrijver door een uitgever. Een schrijver is een schrijver door een toetsenbord.

Ik ga opnieuw beginnen. Een dezer dagen zet ik mijn vingers op het toetsenbord en ga ik voor de derde keer 'Hoofdstuk 1' typen. Wie gedreven wordt door het verlangen met verhalen het verschil te maken voor mensen moet verhalen vertellen. Zelfs al maak ik dat verschil alleen maar voor mezelf: mission accomplished.
Cobra
18 juni 2012
Ik heb een yoga-dvd gekregen. Van Wendy. Ik denk dat u Wendy niet kent. Het bijzondere is: ik ken haar ook niet. Maar toch kreeg ik de dvd. De kracht van Twitter.

Die dvd heeft hier een paar dagen op tafel gelegen, want het is leuk om te roepen dat je dat plankerige lijf eens ongenadig wilt gaan aanpakken, maar het dan ook doen is uiteraard van een totaal andere orde.

"Kom," dacht ik vandaag toen ik ging lunchen. "Laat ik de dvd eens aanzetten. Gewoon alleen aanzetten. Dan kan ik met een kop koffie ongevaarlijk kijken hoe het gebracht wordt."
En voor ik het wist deed ik dus de Duif. En de Cobra. En de omlaag kijkende Hond. Het zag er volgens mij heel anders uit dan bij de mevrouw op tv. De geluiden die ik erbij maakte waren vooral ook heel anders. Maar dat is waarom zij de instructies geeft, en ik die opvolg, troost ik mijzelf.

Over een paar maanden ben ik zo flexibel als elastiek, verwacht ik nu blij. Tof.
Eerst even zien dat ik morgen mijn bed uit kom.

vorige
home
volgende