Boei
26 juni 2013
"Kan ik je helpen?" vroeg de kapster.
De jongeman knikte langzaam. "Ik kom vragen of jullie me kunnen redden. Mijn vriendin heeft me geknipt."

We durfden geen van allen heel hard te lachen.
"Dat moet je je vriendin toch ook niet laten doen?" zei ze bezorgd.

Ze spraken de tijd af waarop hij later die middag zou terugkomen en de deur viel weer achter hem dicht. Niemand schaterde, het is een keurige zaak. De gesprekken werden voortgezet alsof er niets gebeurd was.

Ik schuddebuikte onder mijn handdoek en zag in twee minuten een anderhalf uur durende film langs rollen.
"Laat mij het nou effe doen, zo'n kapper kos je klauwe met geld."
"Kun je het wel echt dan?"
'Tuurlijk, ik doe me oma ook altijd. Die hep nog nooit geklaagd."
"Scheer je het wel netjes op?"
"Sanik nou effe nie so, als je niet stilsit gaan het mis."
"Ah nee, kijk nou!"
"Ja tering, ik seg het je toch?"

Zomaar op straat. En tussen de afgeknipte haren onder een kappersstoel.